Core Web Vitals uitgelegd: LCP, CLS en INP
Google meet je websiteprestaties met drie metrics. We leggen uit wat ze betekenen, welke scores goed zijn en hoe je ze verbetert.
Google meet of jouw website "lekker werkt" voor bezoekers via drie meetpunten: de Core Web Vitals. Sinds 2021 gebruikt Google deze als ranking factor — dus een slechte score kost je zoekposities. In dit artikel leggen we per metric uit wat het is, wat een goede score is, en wat je eraan kunt doen.
De drie Core Web Vitals
1. LCP — Largest Contentful Paint
Wat meet het? De tijd die het kost tot het grootste zichtbare element (meestal een banner, hero-afbeelding of hoofdtekst) is geladen.
Goed: onder 2,5 seconden. Slecht: meer dan 4 seconden.
Hoe verbeter je het?
- Comprimeer afbeeldingen (WebP- of AVIF-formaat)
- Gebruik een Content Delivery Network (CDN)
- Laad kritieke CSS inline, uitgestelde CSS async
- Kies snellere hosting — een gedeelde €2,95/mnd-host is vaak de bottleneck
- Voeg
preloadhints toe voor belangrijke fonts en afbeeldingen
2. CLS — Cumulative Layout Shift
Wat meet het? Hoeveel elementen op je pagina verspringen tijdens het laden. Je kent het: je wil op een knop klikken, maar er schiet nog een banner tussen en je klikt op een advertentie. Dat is hoge CLS.
Goed: onder 0,1. Slecht: meer dan 0,25.
Hoe verbeter je het?
- Specificeer
widthenheightop alle afbeeldingen en video's - Reserveer ruimte voor advertenties en embeds
- Vermijd content die dynamisch wordt ingevoegd boven al bestaande content
- Laad webfonts met
font-display: swapén een fallback die qua grootte matcht
3. INP — Interaction to Next Paint
Wat meet het? Hoe snel je site reageert op een klik, tik of toetsaanslag. Sinds maart 2024 vervangt INP de oudere metric FID.
Goed: onder 200ms. Slecht: meer dan 500ms.
Hoe verbeter je het?
- Minimaliseer zware JavaScript op de main thread
- Gebruik
requestIdleCallbackvoor niet-kritieke code - Verwijder of uitstel analytics- en chat-widget-scripts (Intercom, HubSpot, enz.)
- Split grote JS-bundels op in kleinere chunks
Waar meet je het?
Er zijn twee bronnen: lab data (eigen tests) en field data (echte bezoekers). Google gebruikt field data voor SEO.
- PageSpeed Insights (pagespeed.web.dev) — geeft allebei
- Chrome DevTools Lighthouse — lab data, handig tijdens ontwikkelen
- Google Search Console — real-world data van jouw bezoekers, per URL
Wat is een "pass"?
Google geeft een URL een "pass" als 75% van de bezoekers een goede ervaring heeft op alle drie de metrics. Dus niet je gemiddelde, maar je 75e percentiel. Dat betekent: als 30% van je bezoekers op mobiel 3G zit en 8 seconden LCP heeft, val je af — ook als je eigen glasvezeltest perfect is.
Veelgemaakte fouten
- Alleen op desktop testen. Mobiel is veel trager — altijd beide meten.
- Eén test nemen als waarheid. Scores variëren per bezoek. Gebruik field data.
- Third-party scripts onderschatten. Eén zwaar chat-widget kan INP ruïneren.
- Core Web Vitals losstaand zien. Ze hangen samen. Een te groot ongedimensioneerd plaatje doet zowel LCP als CLS pijn.
Samenvatting
LCP meet hoe snel je site oplaadt, CLS hoe stabiel de layout is, en INP hoe responsief hij aanvoelt. Alle drie onder de drempel = een "goed"-label in Search Console én een kleine SEO-bonus. Test jouw score met onze gratis scan.